Posts tonen met het label opera. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opera. Alle posts tonen

dinsdag 10 maart 2015

The Queen of Cornwall - Rutland Boughton

The queen of Cornwall is een opera in twee bedrijven van Rutland Boughton naar een toneelstuk van Thomas Hardy.
De première vond plaats op  21 augustus 1924 tijdens het Glastonbury Festival.


Synopsis

Eerste bedrijf
Isolde, Koningin van Cornwall, keert na een zeereis terug naar Tintagel Castle en arriveert er net voor haar echtgenoot  Mark. Ze ontkent dat ze Sir Tristram, haar geliefde, in Bretagne heeft gezien, maar de koning vertrouwt de zaak niet. Hij gelooft evenmin haar bewering dat Tristram dood is. Isolde is wel degelijk in Bretagne geweest, maar ze heeft daar van Isolde met de Witte Handen, de echtgenote van Tristram, vernomen dat hij aan zijn verwondingen overleden is.
Geleidelijk beseft Koningin Isolde dat  Mark het wel eens bij het rechte eind zou kunnen hebben en dat  Isolde van Bretagne haar misschien wel misleid heeft. Als bevestiging hiervan weerklinkt de stem van Tristram van achter het podium. Als hij binnen komt, vallen de geliefden in elkaars armen.
Terwijl ze hun liefde bezingen klinkt in de achtergrond  het geslemp van koning Mark en zijn ridders.

Tweede bedrijf
De wachter kondigt een schip aan dat  de baai binnenvaart, en koningin Isolde gaat op zoek naar wie in het schip zit. Het koor onthult dat Isolde van Bretagne aan boord is. Onmiddellijk wordt zij geconfronteerd met haar echtgenoot. Zij smeekt hem om met haar terug te keren naar Bretagne, maar hij weigert. Isolde van Cornwall en Bragwain luisteren hun gekibbel af.
Op een gegeven moment kan Isolde van Cornwall het niet langer aanzien en zij komt  zich met de zaak bemoeien. De Bretoense koningin valt flauw en wordt naar buiten gedragen. Vervolgens maakt Tristram ruzie met zijn geliefde. Hij tracht haar te bedaren, maar dat lukt niet. Een dame verschijnt op het toneel. Trouw aan Tristram heeft zij een brief geopend die koning Mark aan koning Arthur heeft gericht en waarin hij zweert wraak te zullen nemen op Sir Tristram. Hij zegt dat ze de brief opnieuw moet verzegelen en hij stuurt haar verder . Hij verkiest zijn lot te ondergaan. Koning Mark bespiedt de geliefden. Een droevig lied volgt. Dan komt Koning Mark  tevoorschijn en hij steekt Tristram in de rug.  Isolde weet hem zijn dolk afhandig te maken en steekt Mark neer.
Volledig buiten haar zinnen rent zij buiten waarna de wachter en Bragwain haar zelfmoordende sprong van de klippen in de zee komen rapporteren. Isolde met de Witte Handen komt op. Zij was ooggetuige van de dood van de koningin. Als zij het dode lichaam van haar echtgenoot ziet, zingt zij een klaagzang om vervolgens neer te vallen op het dode lichaam. Zij wordt weggebracht en Andret  geeft de wachter opdracht het lichaam van Tristram in zee te werpen. Het lijk van Koning Mark wordt opgebaard, terwijl het koor een woordeloos klaaglied zingt.

Het stuk eindigt met het gezang van de geesten van Tristram en Isolde en het koor over de eeuwige liefde van het paar.

Personages en rolverdeling
Wachter : Philip Tebb
Bragwain : Patricia Orr
Koning Mark : Neal Davies
Koningin Isolde : Heather Shipp
Sir Andret : Peter Wilman
Sir Tristram : Jacques Imbrailo
Isolde van Bretagne : Joan Rodgers CBE
Dame : Elizabeth Weisberg

New London Orchestra
Members of The London Chorus
dirigent: Ronald Corp


Wereldpremière opname 2010 - Dutton Epoch



woensdag 4 maart 2015

Dalibor - Bedrich Smetana

Dalibor is een opera in drie bedrijven van Bedrich Smetana (1824-1884). De opera's van Smetana vormen de eigenlijke kern van zijn artistieke nalatenschap. Dit wil niet zeggen dat zijn andere werk - symfonische muziek, kamermuziek, werk voor klavier, vocaal werk - van secundair belang zou zijn. Maar het is met zijn opera's dat Smetana het breedste publiek bereikte en zij waren ook de werken waarmee hij zijn nationalistisch gekleurde muzikale boodschap het beste kon overbrengen. 

Het tragische ridderdrama Dalibor ging in première op 16 mei 1868 in het Nieuwe Stadstheater van Praag. Het libretto is van Josef Wenzig, die actief was in de Tsjechische stroming maar alleen Duits sprak en schreef; Ervin Spindler vertaalde de tekst in het Tsjechisch en het was deze vertaling waarop Smetana noten zette.

De protagonist, de ridder Dalibor, is een historische figuur die vermeld wordt in de laatmiddeleeuwse kronieken en in de Geschiedenis van de Tsjechische Natie van Palacky. Maar heel weinig is over hem geweten. Hij koos de kant van het verdrukte volk tegen de feodale heersers en werd in 1498 ter dood veroordeeld: dat is het zowat. Wenzig fantaseerde er een hele liefdesgeschiedenis bij maar er zit vooral ook een politieke boodschap in het stuk. Wanneer Dalibor gevangen wordt gezet, is het niet alleen deze individuele ridder die in de cel zit, maar het hele Tsjechische volk. En als in de tweede gevangenisscène een lied ten gehore wordt gebracht over de vrijheid, ging het voor de toehoorders vooral om de bevrijding van de Tsjechen uit de kluisters van de Habsburgse monarchie. 

Uiteraard is Dalibor een opera, geen politiek pamflet. Er zit een mooi liefdesverhaal in, met de metamorfose van een door wraak bezeten vrouw tot één die zich uit liefde opoffert voor haar vroegere vijand. Er zitten prachtige Tsjechisch geïnspireerde passages in het stuk, wat niet belet dat critici Smetana beschuldigden van wagnerianisme, omdat hij inderdaad gebruik maakt van leidmotieven.


Synopsis

Eerste bedrijf
De burggraaf van Ploskovice heeft Zdenek, de vriend van ridder Dalibor, laten terechtstellen. Dalibor verschijnt voor een tribunaal in het kasteel van Praag omdat hij, als vergelding voor de dood van zijn vriend, het kasteel van Ploskovice heeft belegerd en de burggraaf heeft gedood. Koning Vladislav van Bohemen zit het tribunaal voor. Dalibor verdedigt zich in een vurige pleitrede en na afloop vraagt Milada, de zuster van de burggraaf en de aanklaagster van Dalibor, zowel voor de ridder die haar broer doodde als voor zichzelf, vergiffenis. Koning Vladislav wijst het verzoek af.

Tweede bedrijf
Milada beraamt samen met Dalibors pupil Jitka en de schildknaap Vitek, Jitka's minnaar, een plan om Dalibor te bevrijden.
Verkleed als een jonge man slaagt Milada erin het vertrouwen te winnen van Dalibors cipier Benes. Niet alleen laat deze haar toe in de diepste regionen van de gevangenis, waar ook Dalibor in de cel zit, maar hij geeft haar ook de viool die hij aan Dalibor had beloofd. Dit ondanks de waarschuwing van de commandant van de kasteelwacht Budivoj, dat er nog heel wat aanhangers van Dalibor in de stad zijn die wachten op een signaal van hun leider. Milada geeft Dalibor de viool en verklaart hem haar liefde. Samen plannen ze de ontsnapping.


Derde bedrijf

Budivoj vertelt de koning van het verraad van de jonge man, die heeft geprobeerd hem te compromitteren. De koning en zijn rechters besluiten tot de onmiddellijke terechtstelling van Dalibor. Dalibor, die wel een viool kreeg maar er zijn handlangers niet mee kon verwittigen omdat de laatste snaar is gesprongen, geraakt niet weg. Hij wordt weer gevat door Budivoj en naar het schavot gevoerd. Milada leidt de aanhangers van Dalibor tegen de troepen van de koning maar wordt fataal gewond. Zij sterft in Dalibors armen. Dalibor wacht de soldaten van de koning op, vecht met Budivoj en sneuvelt. Doek.


Personages en rolverdeling
Ivan Kusner als Vladislav, koning van Bohemen (bariton):
Leo Marian Vodicka als Dalibor, een ridder (tenor):
Eva Urbanova als Milada, zuster van de burggraaf van Ploskovice (sopraan):
Vratislav Kriz als Budivoj, commandant van de wacht
Jiri Kalendovsky  als de cipier Benes, :
Miroslav Kopp als Vitek, een huurling van Dalibor (tenor):
Jirina Markova  als Jitka, een dorpsmeisje van Dalibors landgoed (sopraan):
Bohuslav Marsik als een rechter (bas):

Vioolsolo Vaclav Hudecek en
Koor en orkest van het Nationaal Theater van Praag
Koorleider Milan Maly
Muzikale leiding Zdenek Kosler
opname Supraphon 1995

Samenstelling: Vera Caremans

donderdag 5 februari 2015

La Vestale - Gaspare Spontini

La Vestale, De Vestaalse maagd, is een tragédie-lyrique in drie bedrijven van Gaspare Spontini (1774 – 1851).Het libretto is van Victor-Joseph Etienne de Jouy. De première vond plaats in de Parijse Opéra op 15 december 1807.
De actie is gesitueerd in het oude Rome.


Synopsis
Eerste bedrijf
We bevinden ons op het Forum Romanum. Veldheer Licinio is als overwinnaar teruggekeerd uit de oorlog tegen de Galliërs, waar hij uit liefde voor de mooie Giulia naartoe was gegaan. Tijdens zijn afwezigheid is Giulia Vestapriesteres geworden, ter nagedachtenis aan haar overleden vader. Zij heeft dus een gelofte van levenslange kuisheid afgelegd. Die gelofte verbreken, betekent de dood.
Giulia wordt uitgekozen om veldheer Licinio de zegekrans te overhandigen en Licinio maakt van die gelegenheid gebruik Giulia te vertellen dat hij haar de komende nacht zal bezoeken. Hij plant haar te ontvoeren.
Tweede bedrijf
In het midden van de tempel van Vesta brandt op een groot marmeren altaar het heilige vuur. Giulia moet deze nacht het vuur bewaken, want het mag nooit uitgaan. Licinio dringt de tempel binnen om haar te ontvoeren. Giulia weerstaat de verleiding, maar terwijl ze ruziemaken, dooft het heilige vuur. De opperpriester wil de naam van de schuldige indringer weten, maar Giulia geeft deze niet prijs en wordt ter dood veroordeeld.
Derde bedrijf
Bij de piramidegraven aan de Porta Collina smeekt Licinio vergeefs om het leven van Giulia te sparen. Hij bekent zelfs dat hij de schuldige was. Giulia wijst zijn reddingspogingen af en gaat het graf binnen om levend te worden ingemetseld. Haar sluier wordt op het altaar gelegd. Dan breekt er een onweer los en een bliksem doet de sluier ontbranden: een teken dat de godin Giulia heeft vergeven.
Licinio en Giulia bevinden zich bij de tempel van Venus van Eryx. Zij zijn een paar geworden en er volgt een groot vreugdefeest.
Personages en rolverdeling
Giulia – een jonge Vestaalse maagd : Maria Callas
Licinio – een Romeins veldheer : Franco Corelli
Cinna – een bevelhebber van het legioen : Enzo Sordello
Il sommo sacerdotto – de opperpriester : Nicola Rossi-Lemeni
La gran Vestale – de opperpriesteres van de Vestaalse Maagden : Ebe Stignani
Un console – een consul : Vittorio Tatozzi
Aruspice – de opperste haruspex : Nicola Zaccaria
Orkest en koor van het Teatro della Scala van Milaan o.l.v. Antonino Votto
Live opname Milaan, 7 dec. 1954

Luister mee via: http://zoveelmeerhoboken.blogspot.be/p/luisterchat.html

vrijdag 30 januari 2015

La Calisto - Francesco Cavalli

LA CALISTO is een 17de -eeuwse opera van Francesco Cavalli op een libretto van Giovanni Faustini. De opera ging in première op 28 november 1651 in het Teatro Sant'Apollinare. te Venetië
Het stuk is gebaseerd op een verhaal uit de Griekse mythologie. De personages zijn goden en halfgoden, maar niets menselijks is hun vreemd.

De personages
Giove of Jupiter is de oppergod en notoir rokkenjager
Calisto is de dochter van koning Lycaonvan Arcadië en maagdelijke volgelinge van Diana, godin van de jacht
Mercurio of Mercurius is de god van de reizigers en de handelaars en rechterhand van Giove
Endimione Endymion is de uitverkoren herder van Diana, Om hem voor haar alleen te hebben zonder dat iemand daar weet van heeft dompelt ze hem in een eeuwige slaap
Diana godin van de jacht, en geliefde van Endimione
Linfea volgelinge van Diana
Silvano: god van het woud Pane of te wel Pan: god van de herders Giunone Juno, de echtgenote van Giove
Ten slotte komen er nog een sater in voor (il satirino) een furie en allegorische figuren als Natura Natuur, Destino Lotsbestemming en Etternità Eeuwigheid.

Synopsis
In de PROLOOG horen we hoe Destino Natura en Etternità ervan weet te overtuigen dat Calisto een plaats verdient aan het firmament tussen de sterren.

Eerste bedrijf
De wereld gaat gebukt onder de gevolgen van de oorlog tussen de mensheid en de goden. Giove en Mercurio trachten op aarde orde op zaken te houden. Giove heeft een oogje op Calisto, die jammert dat er geen drinkbaar water is. Zij geeft Giove hiervan de schuld. Onmiddellijk laat hij een bron ontspringen en maakt ongehoorde avances bij haar. Zij is echter een volgelinge van Diana, en heeft verklaard dat zij als maagd zal sterven. Verontwaardigd wijst Calisto Giove af. De listige Mercurio adviseert Jupiter om de vorm van Diana aan te nemen. Calisto zal voor haar godin zeker zwichten. Het snode plan lukt. Calisto laat haar de kusjes van haar geliefde godin welgevallen.

Endymione is ook verliefd op de kuise Diana. Als zij ten tonele verschijnt in het gezelschap van Linfea en haar nimfen, kan hij zijn gevoelens niet langer verbergen wat Linfea dan weer onnoemelijk boos maakt. Diana behandelt Endymione eerder koeltjes vooral om te verbergen dat zij in feite een ferme boon voor hem heeft. Calisto vervoegt Diana en haar nimfen nog steeds in extase van plezier door de kusjes die zij en Diana hebben uitgewisseld. Diana (de echte) is begrijpelijk in de war. Zij beschuldigt Calisto ervan een opdringerig wicht te zijn, en stuurt haar wandelen.

Ook Linfea zou graag een lief hebben. Een kleine sater Satirino stelt zichzelf voor als oplossing voor dat probleem. Samen met Silvano, god van het bos, tracht hij vervolgens Pane, de god van de herders, die hevige pijnen lijdt door zijn onbeantwoorde passie voor Diana, nieuwe levenslust in te blazen.

Tweede bedrijf
Endymione wil dicht bij Diana zijn en ziet haar in de vorm van de maan. Wanneer hij slaapt kan Diana haar gevoelens voor hem niet onderdrukken. Zij kust Endymione, die onmiddellijk wakker wordt, en de realiteit even leuk vindt als de droom. Hebbes, denkt hij.

Satirino die van op afstand de zaak heeft gevolgd, maakt zich de bedenking 'la donna e mobile'.
Giove's jaloerse halve trouwboek Giunone denkt dat haar echtgenoot met zijn bezoek aan de aarde wat meer op het oog heeft dan het welzijn van de mensheid en gaat op haar beurt er een kijkje nemen. De eerste die ze op het lijf loopt is Calisto die onmiddellijk vertelt dat ze over haar toeren is omdat Diana eerst zo lief was tegen haar, en nu niet meer van haar moet weten. Giunone haar goddelijke frank valt onmiddellijk: Giove zit achter de zaak en uiteraard achter Calisto. Ze krijgt trouwens het bewijs mooi aangereikt wanneer Giove in de gedaante van Diana samen met Mercurio een nieuw treffen met Calisto voorbereiden. Giunone zweert wraak op de arme Calisto.

Voor Giove (nog altijd look-a-like van Diana) er vanonder kan muizen voor zijn afspraakje met Calisto, staat Endymione voor zijn neus. Hij denkt natuurlijk met Diana te maken te hebben en ratelt maar door over de knuffels en kusjes die ze eerder uitwisselden, hiermee natuurlijk aan de verkeerde verklappend dat Diana misschien toch niet zo kuis is al zij ieder wil laten geloven. Pane, Silvano en Satirino trappen ook in de vermomming van Giove. Zij denken dat ze Diana hebben betrapt met haar lief. Ze nemen Endymione gevangen en dreigen hem te vermoorden. Mercurio overtuigt Giove ervan te doen of zijn neus bloedt en het hazenpad te kiezen. Endymione, harteloos in de steek gelaten door zijn 'Diana', is levensmoe. Linfea daarentegen kickt blijkbaar op de hele toestand, want met meer ijverig dan te voren gaat zij op mannenjacht.

Derde bedrijf

Calisto wacht vol verwachting op "Diana" op het afgesproken uur. Maar o ramp, daar komt Juno vergezeld van een furie en zij verandert Calisto in een beer. Voila In die vorm zal Jupiter zijn nimfje wel laten staan. Jupiter wil hoe dan ook Caliso een goddelijke status geven. Helaas kan hij haar haar vroegere vorm niet teruggeven, maar als haar leven op aarde als beer ten einde is, zal hij haar een plaats geven aan de sterrenhemel.

Intussen heeft de echte Diana Endymione gered uit de handen van Pan en Silvanus, die daardoor toch wel wat bedenkingen hebben over haar "kuise' omgang met mannen. Diana beslist Endymion als lief te houden rustend in de bergen in een eeuwige slaap.

Om Calisto een idee te geven van haar toekomst toont Jupiter het firmament in al zijn schoonheid waar haar plaats in het sterrenbeeld van de grote beer veilig is. Jupiter en Calisto nemen afscheid van elkaar. Hij keert terug naar Juno en Calisto gaat als beer naar de aarde.

De uitgezonden versie is een productie van de de koninklijke Muntschouwburg te Brussel van 1993. 

De voornaamste rollen werden vertolkt door:
Calisto Maria Bayo sopraan
Giove Marcello Lippi bariton
Mercurio Simon Keenlyside bariton
Endimione Graham Pushee contratenor
Diana Alessandra Mantovani sopraan

Concerto Vocale o.l.v. René Jacobs

Programmasamensteller

Vera Caremans