woensdag 4 maart 2015

Dalibor - Bedrich Smetana

Dalibor is een opera in drie bedrijven van Bedrich Smetana (1824-1884). De opera's van Smetana vormen de eigenlijke kern van zijn artistieke nalatenschap. Dit wil niet zeggen dat zijn andere werk - symfonische muziek, kamermuziek, werk voor klavier, vocaal werk - van secundair belang zou zijn. Maar het is met zijn opera's dat Smetana het breedste publiek bereikte en zij waren ook de werken waarmee hij zijn nationalistisch gekleurde muzikale boodschap het beste kon overbrengen. 

Het tragische ridderdrama Dalibor ging in première op 16 mei 1868 in het Nieuwe Stadstheater van Praag. Het libretto is van Josef Wenzig, die actief was in de Tsjechische stroming maar alleen Duits sprak en schreef; Ervin Spindler vertaalde de tekst in het Tsjechisch en het was deze vertaling waarop Smetana noten zette.

De protagonist, de ridder Dalibor, is een historische figuur die vermeld wordt in de laatmiddeleeuwse kronieken en in de Geschiedenis van de Tsjechische Natie van Palacky. Maar heel weinig is over hem geweten. Hij koos de kant van het verdrukte volk tegen de feodale heersers en werd in 1498 ter dood veroordeeld: dat is het zowat. Wenzig fantaseerde er een hele liefdesgeschiedenis bij maar er zit vooral ook een politieke boodschap in het stuk. Wanneer Dalibor gevangen wordt gezet, is het niet alleen deze individuele ridder die in de cel zit, maar het hele Tsjechische volk. En als in de tweede gevangenisscène een lied ten gehore wordt gebracht over de vrijheid, ging het voor de toehoorders vooral om de bevrijding van de Tsjechen uit de kluisters van de Habsburgse monarchie. 

Uiteraard is Dalibor een opera, geen politiek pamflet. Er zit een mooi liefdesverhaal in, met de metamorfose van een door wraak bezeten vrouw tot één die zich uit liefde opoffert voor haar vroegere vijand. Er zitten prachtige Tsjechisch geïnspireerde passages in het stuk, wat niet belet dat critici Smetana beschuldigden van wagnerianisme, omdat hij inderdaad gebruik maakt van leidmotieven.


Synopsis

Eerste bedrijf
De burggraaf van Ploskovice heeft Zdenek, de vriend van ridder Dalibor, laten terechtstellen. Dalibor verschijnt voor een tribunaal in het kasteel van Praag omdat hij, als vergelding voor de dood van zijn vriend, het kasteel van Ploskovice heeft belegerd en de burggraaf heeft gedood. Koning Vladislav van Bohemen zit het tribunaal voor. Dalibor verdedigt zich in een vurige pleitrede en na afloop vraagt Milada, de zuster van de burggraaf en de aanklaagster van Dalibor, zowel voor de ridder die haar broer doodde als voor zichzelf, vergiffenis. Koning Vladislav wijst het verzoek af.

Tweede bedrijf
Milada beraamt samen met Dalibors pupil Jitka en de schildknaap Vitek, Jitka's minnaar, een plan om Dalibor te bevrijden.
Verkleed als een jonge man slaagt Milada erin het vertrouwen te winnen van Dalibors cipier Benes. Niet alleen laat deze haar toe in de diepste regionen van de gevangenis, waar ook Dalibor in de cel zit, maar hij geeft haar ook de viool die hij aan Dalibor had beloofd. Dit ondanks de waarschuwing van de commandant van de kasteelwacht Budivoj, dat er nog heel wat aanhangers van Dalibor in de stad zijn die wachten op een signaal van hun leider. Milada geeft Dalibor de viool en verklaart hem haar liefde. Samen plannen ze de ontsnapping.


Derde bedrijf

Budivoj vertelt de koning van het verraad van de jonge man, die heeft geprobeerd hem te compromitteren. De koning en zijn rechters besluiten tot de onmiddellijke terechtstelling van Dalibor. Dalibor, die wel een viool kreeg maar er zijn handlangers niet mee kon verwittigen omdat de laatste snaar is gesprongen, geraakt niet weg. Hij wordt weer gevat door Budivoj en naar het schavot gevoerd. Milada leidt de aanhangers van Dalibor tegen de troepen van de koning maar wordt fataal gewond. Zij sterft in Dalibors armen. Dalibor wacht de soldaten van de koning op, vecht met Budivoj en sneuvelt. Doek.


Personages en rolverdeling
Ivan Kusner als Vladislav, koning van Bohemen (bariton):
Leo Marian Vodicka als Dalibor, een ridder (tenor):
Eva Urbanova als Milada, zuster van de burggraaf van Ploskovice (sopraan):
Vratislav Kriz als Budivoj, commandant van de wacht
Jiri Kalendovsky  als de cipier Benes, :
Miroslav Kopp als Vitek, een huurling van Dalibor (tenor):
Jirina Markova  als Jitka, een dorpsmeisje van Dalibors landgoed (sopraan):
Bohuslav Marsik als een rechter (bas):

Vioolsolo Vaclav Hudecek en
Koor en orkest van het Nationaal Theater van Praag
Koorleider Milan Maly
Muzikale leiding Zdenek Kosler
opname Supraphon 1995

Samenstelling: Vera Caremans

woensdag 25 februari 2015

La Muette de Portici - Daniel François Esprit Auber

La Muette de Portici is een opera in vijf bedrijven van Daniel François Esprit Auber op een libretto van Eugène Scribe en Germain Delavigne. De opera werd voor het eerst opgevoerd in de Opéra van Parijs op 29 februari 1828.

La Muette de Portici is een gevaarlijke opera

Op 25 augustus 1830 stond deze zeer populaire opera op het programma van de Brusselse Muntschouwburg als verjaardagsgeschenk voor koning Willem I van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Als aan het eind van het tweede bedrijf de hoofdfiguren met vuur ‘Amour sacré de la patrie’ vertolken, en de Franse tenor Jean-François Lafeuillade na de aria meermaals “Aux armes!” uitschreeuwt, weerklinken vanuit de zaal kreten als “Vive la liberté“, “A bas le roi“, “Mort aux Hollandais” en – zo wordt verteld – ook wel tweetalig “Viva la France, vivat de Fransoeëze“. De hele zaak was wellicht volledig geënsceneerd, de claque incluis.


Nog voor het doek viel, verlieten enkele tientallen toeschouwers de zaal. Er werd links en rechts wat geroepen en er ontstonden wat relletjes. Het handjevol ongeregeld groeide snel uit tot een woelige massa die plunderend door de Brusselse straten trok. Kort na zonsopgang kwam bij de Magdalenastraat een legereenheid oog in oog te staan met een groep dronken rebellen. Vijf doden aan de kant van de opstandelingen was de trieste balans. 
Daarna was er geen sprake meer van massaal oproer. Wat kleine schermutselingen, waarbij vooral de machines van bedrijven het moesten ontgelden, kostten nog aan een twintigtal mensen het leven. De door de Zuid-Brabantse gouverneur in der ijl opgerichte burgerwacht had tegen de morgen de toestand onder controle.
Door die avond in augustus 1830 is de opera symbool geworden voor de Belgische opstand tegen de Nederlandse overheersing, en daarmee ook voor de Belgische eenheid. Het verhaal over het revolutionaire effect van De Stomme van Portici is uiteraard geromantiseerd en wat overdreven. Er waren in die zomer van 1830 wel meer redenen voor revolte, zo bijvoorbeeld honger door een mislukte oogst en het Franse voorbeeld van een maand eerder waarbij Charles X van de troon werd gestoten en plaats moest ruimen voor Louis-Philippe, bijgenaamd de burgerkoning, heeft eveneens gespeeld

La Muette de Portici is een onbekende opera

In de Brusselse Muntschouwburg werd in 1930 de opera nog integraal uitgevoerd om het honderdjarig bestaan van het land te vieren. En vanaf september 1944 hadden veertien voorstellingen plaats om de bevrijding van Brussel van de Duitsers te onderlijnen. Maar dat was dan ook de laatste keer dat De Stomme er te horen was. Vrijwel niemand in België heeft de opera integraal gezien, of gehoord, maar toch wordt hij algemeen omschreven als een ‘draak’, een onding, zowel inhoudelijk als muzikaal.

La Muette de Portici is een ‘Grand opéra’

Met De Stomme van Portici kreeg de opera er een heel nieuw genre bij: de Grand opéra. Er waren minimaal 5 bedrijven, ballet, een historische kern, veel spektakel, grootse decors en weelderige kostuums. Behalve Auber schreven Giacomo Meyerbeer, Fromental Halévy en Gioacchino Rossini belangrijk werk in het genre.

Het verhaal van De Stomme van Portici speelt in 1647 en is gebaseerd op een historische gebeurtenis, een Napolitaanse opstand tegen de Spaanse overheersing, die geleid werd door de visser Masaniello. In het libretto wordt deze historische kern flink aangedikt met andere, gefingeerde verhaallijnen

Synopsis

Eerste bedrijf
In het eerste bedrijf zijn we getuige van het huwelijk van Alfonso, zoon van de onderkoning van Napels en de Spaanse prinses Elvira. Alfonso heeft Fenella verleid, de stomme zus van de Napolitaan Masaniello, en heeft haar in de steek gelaten. Hij wordt verteerd door twijfels en wroeging omdat hij vreest dat ze zelfmoord heeft gepleegd. Tijdens de feestelijkheden stormt Fenella binnen om bescherming te zoeken tegen de onderkoning die haar al een maand gevangen houdt. Zij wist te ontsnappen en zij vertelt met gebaren wat haar overkomen is en toont het litteken dat haar aanbidder haar bezorgde. Elvira belooft haar te beschermen en vervolgt haar weg naar het altaar. Fenella tracht haar te volgen. In de kapel herkent zij haar verleider in de bruidegom van de prinses. Wanneer het pas getrouwd koppel de kerk verlaat, stelt Elvira Fenella voor aan haar echtgenoot. Uit de gebaren van het meisje kan zij snel opmaken dat hij haar trouweloze minnaar is. Fenella rent weg en laat Alfonso en Elvira in spijt en ontreddering achter.

Tweede bedrijf
In het tweede bedrijf komen de vissers bijeen die hebben zitten piekeren over de tirannie van hun heren. Pietro, de vriend van Masaniello, heeft vergeefs Fenella gezocht, maar uiteindelijk daagt ze uit zichzelf op. Masaniello en Pietro verhinderen dat zij zichzelf verdrinkt. Zij maakt Masaniello duidelijk wat haar is overkomen. Hij is woest en zweert wraak, maar Fenella die nog steeds van Alfonso houdt, vernoemt diens naam niet. Masaniello roept daarop de vissers op om de wapens op te nemen en zij zweren de vijand van hun land ten gronde te richten. . Aan het einde van dit bedrijf weerklinkt het beroemde duet van Masaniello en Pietro “Amour sacré de la Patrie”, dat de Belgische geschiedenis is ingegaan als aanleiding tot het oproer in Brussel in 1830 dat uiteindelijk leidde tot te onafhankelijkheid van het land.
Jean-François Lafeuillade
Derde bedrijf
We zijn in Napels op de markt waar de mensen heen en weer lopen, verkopen en kopen, hun ware bedoelingen verbergend onder een schijnvertoning van gezelligheid en zorgeloosheid. Selva, de officier van de lijfwacht van de onderkoning, uit wiens handen Fenella is ontsnapt, ontdekt haar. Als hij probeert haar opnieuw gevangen te nemen, is dat het teken voor een algemene opstand, waarbij het volk overwint.

Vierde bedrijf
Fenella komt naar de hut van haar broer en ze beschrijft de vreselijke gebeurtenissen in de stad. Het relaas vervult zijn edele ziel met smart en afkeer. Wanneer Fenella gaat rusten, komt Pietro binnen met zijn kompanen. Hij tracht Masaniello tot verdere daden aan te zetten, maar deze verlangt enkel naar vrijheid en gruwelt van moord en wreedheden. Ze vertellen hem dat Alfonso ontsnapt is en dat zij vast besloten zijn hem te overmeesteren en te doden. Fenella hoort alles en beslist haar geliefde te redden. Alfonso smeekt haar hem te verbergen. Hij treedt binnen met Elvira en Fenella die eerst overweegt om zich te wreken op haar rivale, bedenkt zich omwille van Alfonso. Masaniello, die opnieuw is binnen gekomen, verzekert de vreemdelingen van zijn bescherming en zelfs als Pietro Alfonso ontmaskert als de zoon van de onderkoning, houdt hij zijn belofte. Pietro en zijn mede-samenzweerders vertrekken vol woede en haat. De Magistraat heeft inmiddels de koningskroon aan Masaniello aangeboden en hij wordt tot koning van Napels uitgeroepen.

Vijfde bedrijf
We vinden Pietro met de andere vissers terug voor het paleis van de onderkoning. Hij verklapt Moreno dat hij vergif heeft toegediend aan Masaniello, om hem te straffen voor zijn verraad, en dat de ééndagskoning spoedig zal sterven. Zijn woorden zijn nog niet koud of Borella stormt binnen met de boodschap dat Alfonso met een nieuwe lichting soldaten opmarcheert tegen het volk. Beseffend dat Masaniello de enige persoon is die hen kan redden, smeken de vissers hem het commando te nemen over hen. En hoewel Masaniello doodziek is en half waanzinnig, willigt hij toch hun verzoek in. De strijd wordt uitgevochten tegen de achtergrond van een uitbarstende Vesuvius. Masaniello sterft bij het redden van Elvira’s leven.
Als Fenella de verschrikkelijke gebeurtenissen hoort, snelt zij naar het terras vanwaar ze zich in de kolkende lavastroom van de Vesuvius stort. De gevluchte edellieden nemen opnieuw de stad in.

Personages en rolverdeling
Elvire : June Anderson
Masaniello: Alfredo Kraus
Alphonso: John Aler
Pietro: Jean-Philippe Lafont
Lorenzo: Alain Munier
Borella: Frédéric Vassar
Selva: Jean-Philippe Courtis
Une dame d’honneur: Martine Mahé
Moreno: Daniel Ottevaere 
Ensemble Choral Jean Laforge
Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo olv Thomas Fulton
Opname 1987
EMI Classics

Samensteller: V. Caremans

donderdag 19 februari 2015

Iphigénie en Aulide - Christoph Willibald von Gluck


Iphigénie en Aulide (Iphigenia in Aulis) is een opera in drie bedrijven van Christoph Willibald von Gluck. Het libretto van Marie François Bailli de Roullet is gebaseerd op Iphigénie van Jean Racine. De première vond plaats op 19 april 1774 te Parijs in de Opéra Palais Royal.

Synopsis
Eerste bedrijf

Het Griekse leger staat in Aulis klaar voor de aftocht naar Troje om de dood van de mooie Helena te wreken. Maar het is windstil. Met die windstilte straft Diana, de godin van de jacht Agamemnon, de koning van Mycene omdat hij ooit één van haar heilige hinden doodde. Bij monde van de grote ziener Calchas horen we de prijs die de Grieken voor vrij vertrek moeten betalen: Diana eist van de legeraanvoerder van de Grieken dat hij zijn dochter Iphigenia offert.
Iphigenia wordt in het legerkamp verwacht voor haar huwelijk met de held Achilles. Agamemnon probeert zijn dochter op een afstand te houden, maar zijn pogingen zijn vergeefs.

Tweede bedrijf
De festiviteiten voor de bruiloft zijn volop bezig met dans en koorgezang. Op weg naar het altaar horen Iphigenia en haar moeder Klytaimnestra van Arcas, de kapitein van Agamemnons wacht, over de wil van de goden. Achilles beschermt zijn bruid met de Tessalische troepen. Zowel Agamemnon als Klytaimnestra reppen zich om Iphigenia te redden van het altaar.
Giovanni Batista Tiepolo - Offer van Iphigenia
Derde bedrijf
Omdat de Grieken willen zegevieren in de komende strijd, eisen ze de voltrekking van het offer. Dan onderwerpt Iphigenia zich aan de wil van de goden. Klytaimnestra smeekt Jupiter om bescherming. Achilles mobiliseert zijn soldaten tegen de Grieken. De goden worden toegeeflijk. De deugd van Ipigenia, de tranen van de moeder en de dapperheid van Achilles hebben het offer overbodig gemaakt.
Calchas verheft zijn stem om aan te kondigen dat de goden zich hebben bedacht. In de tweede versie van de opera (deze versie) uit 1775 is het Diana zelf die komt vertellen dat zij zonder offer de Grieken laat vertrekken. De winden beginnen te waaien en iedereen huldigt de genadige Diana.

Rolverdeling
Agamemnon José Van Dam
Clytemnestre Anne Sofie Von Otter
Iphigénie Lynne Dawson
Achille John Aler
Patrocle Bernard Deletré
Calchas Gilles Cachemaille
Arcas René Schirrer
Diane Guillemette Laurens
2 Griekse vrouwen Ann Monoyios en Isabelle Eschenbrenner
een slavin Ann Monoyios
Monteverdi Choir en Orchestre de l’Opéra de Lyon olv John Eliot Gardiner
De opname dateert van 1990 
Erato discs 

Samenstelling: V. Caremans

donderdag 5 februari 2015

La Vestale - Gaspare Spontini

La Vestale, De Vestaalse maagd, is een tragédie-lyrique in drie bedrijven van Gaspare Spontini (1774 – 1851).Het libretto is van Victor-Joseph Etienne de Jouy. De première vond plaats in de Parijse Opéra op 15 december 1807.
De actie is gesitueerd in het oude Rome.


Synopsis
Eerste bedrijf
We bevinden ons op het Forum Romanum. Veldheer Licinio is als overwinnaar teruggekeerd uit de oorlog tegen de Galliërs, waar hij uit liefde voor de mooie Giulia naartoe was gegaan. Tijdens zijn afwezigheid is Giulia Vestapriesteres geworden, ter nagedachtenis aan haar overleden vader. Zij heeft dus een gelofte van levenslange kuisheid afgelegd. Die gelofte verbreken, betekent de dood.
Giulia wordt uitgekozen om veldheer Licinio de zegekrans te overhandigen en Licinio maakt van die gelegenheid gebruik Giulia te vertellen dat hij haar de komende nacht zal bezoeken. Hij plant haar te ontvoeren.
Tweede bedrijf
In het midden van de tempel van Vesta brandt op een groot marmeren altaar het heilige vuur. Giulia moet deze nacht het vuur bewaken, want het mag nooit uitgaan. Licinio dringt de tempel binnen om haar te ontvoeren. Giulia weerstaat de verleiding, maar terwijl ze ruziemaken, dooft het heilige vuur. De opperpriester wil de naam van de schuldige indringer weten, maar Giulia geeft deze niet prijs en wordt ter dood veroordeeld.
Derde bedrijf
Bij de piramidegraven aan de Porta Collina smeekt Licinio vergeefs om het leven van Giulia te sparen. Hij bekent zelfs dat hij de schuldige was. Giulia wijst zijn reddingspogingen af en gaat het graf binnen om levend te worden ingemetseld. Haar sluier wordt op het altaar gelegd. Dan breekt er een onweer los en een bliksem doet de sluier ontbranden: een teken dat de godin Giulia heeft vergeven.
Licinio en Giulia bevinden zich bij de tempel van Venus van Eryx. Zij zijn een paar geworden en er volgt een groot vreugdefeest.
Personages en rolverdeling
Giulia – een jonge Vestaalse maagd : Maria Callas
Licinio – een Romeins veldheer : Franco Corelli
Cinna – een bevelhebber van het legioen : Enzo Sordello
Il sommo sacerdotto – de opperpriester : Nicola Rossi-Lemeni
La gran Vestale – de opperpriesteres van de Vestaalse Maagden : Ebe Stignani
Un console – een consul : Vittorio Tatozzi
Aruspice – de opperste haruspex : Nicola Zaccaria
Orkest en koor van het Teatro della Scala van Milaan o.l.v. Antonino Votto
Live opname Milaan, 7 dec. 1954

Luister mee via: http://zoveelmeerhoboken.blogspot.be/p/luisterchat.html

vrijdag 30 januari 2015

La Calisto - Francesco Cavalli

LA CALISTO is een 17de -eeuwse opera van Francesco Cavalli op een libretto van Giovanni Faustini. De opera ging in première op 28 november 1651 in het Teatro Sant'Apollinare. te Venetië
Het stuk is gebaseerd op een verhaal uit de Griekse mythologie. De personages zijn goden en halfgoden, maar niets menselijks is hun vreemd.

De personages
Giove of Jupiter is de oppergod en notoir rokkenjager
Calisto is de dochter van koning Lycaonvan Arcadië en maagdelijke volgelinge van Diana, godin van de jacht
Mercurio of Mercurius is de god van de reizigers en de handelaars en rechterhand van Giove
Endimione Endymion is de uitverkoren herder van Diana, Om hem voor haar alleen te hebben zonder dat iemand daar weet van heeft dompelt ze hem in een eeuwige slaap
Diana godin van de jacht, en geliefde van Endimione
Linfea volgelinge van Diana
Silvano: god van het woud Pane of te wel Pan: god van de herders Giunone Juno, de echtgenote van Giove
Ten slotte komen er nog een sater in voor (il satirino) een furie en allegorische figuren als Natura Natuur, Destino Lotsbestemming en Etternità Eeuwigheid.

Synopsis
In de PROLOOG horen we hoe Destino Natura en Etternità ervan weet te overtuigen dat Calisto een plaats verdient aan het firmament tussen de sterren.

Eerste bedrijf
De wereld gaat gebukt onder de gevolgen van de oorlog tussen de mensheid en de goden. Giove en Mercurio trachten op aarde orde op zaken te houden. Giove heeft een oogje op Calisto, die jammert dat er geen drinkbaar water is. Zij geeft Giove hiervan de schuld. Onmiddellijk laat hij een bron ontspringen en maakt ongehoorde avances bij haar. Zij is echter een volgelinge van Diana, en heeft verklaard dat zij als maagd zal sterven. Verontwaardigd wijst Calisto Giove af. De listige Mercurio adviseert Jupiter om de vorm van Diana aan te nemen. Calisto zal voor haar godin zeker zwichten. Het snode plan lukt. Calisto laat haar de kusjes van haar geliefde godin welgevallen.

Endymione is ook verliefd op de kuise Diana. Als zij ten tonele verschijnt in het gezelschap van Linfea en haar nimfen, kan hij zijn gevoelens niet langer verbergen wat Linfea dan weer onnoemelijk boos maakt. Diana behandelt Endymione eerder koeltjes vooral om te verbergen dat zij in feite een ferme boon voor hem heeft. Calisto vervoegt Diana en haar nimfen nog steeds in extase van plezier door de kusjes die zij en Diana hebben uitgewisseld. Diana (de echte) is begrijpelijk in de war. Zij beschuldigt Calisto ervan een opdringerig wicht te zijn, en stuurt haar wandelen.

Ook Linfea zou graag een lief hebben. Een kleine sater Satirino stelt zichzelf voor als oplossing voor dat probleem. Samen met Silvano, god van het bos, tracht hij vervolgens Pane, de god van de herders, die hevige pijnen lijdt door zijn onbeantwoorde passie voor Diana, nieuwe levenslust in te blazen.

Tweede bedrijf
Endymione wil dicht bij Diana zijn en ziet haar in de vorm van de maan. Wanneer hij slaapt kan Diana haar gevoelens voor hem niet onderdrukken. Zij kust Endymione, die onmiddellijk wakker wordt, en de realiteit even leuk vindt als de droom. Hebbes, denkt hij.

Satirino die van op afstand de zaak heeft gevolgd, maakt zich de bedenking 'la donna e mobile'.
Giove's jaloerse halve trouwboek Giunone denkt dat haar echtgenoot met zijn bezoek aan de aarde wat meer op het oog heeft dan het welzijn van de mensheid en gaat op haar beurt er een kijkje nemen. De eerste die ze op het lijf loopt is Calisto die onmiddellijk vertelt dat ze over haar toeren is omdat Diana eerst zo lief was tegen haar, en nu niet meer van haar moet weten. Giunone haar goddelijke frank valt onmiddellijk: Giove zit achter de zaak en uiteraard achter Calisto. Ze krijgt trouwens het bewijs mooi aangereikt wanneer Giove in de gedaante van Diana samen met Mercurio een nieuw treffen met Calisto voorbereiden. Giunone zweert wraak op de arme Calisto.

Voor Giove (nog altijd look-a-like van Diana) er vanonder kan muizen voor zijn afspraakje met Calisto, staat Endymione voor zijn neus. Hij denkt natuurlijk met Diana te maken te hebben en ratelt maar door over de knuffels en kusjes die ze eerder uitwisselden, hiermee natuurlijk aan de verkeerde verklappend dat Diana misschien toch niet zo kuis is al zij ieder wil laten geloven. Pane, Silvano en Satirino trappen ook in de vermomming van Giove. Zij denken dat ze Diana hebben betrapt met haar lief. Ze nemen Endymione gevangen en dreigen hem te vermoorden. Mercurio overtuigt Giove ervan te doen of zijn neus bloedt en het hazenpad te kiezen. Endymione, harteloos in de steek gelaten door zijn 'Diana', is levensmoe. Linfea daarentegen kickt blijkbaar op de hele toestand, want met meer ijverig dan te voren gaat zij op mannenjacht.

Derde bedrijf

Calisto wacht vol verwachting op "Diana" op het afgesproken uur. Maar o ramp, daar komt Juno vergezeld van een furie en zij verandert Calisto in een beer. Voila In die vorm zal Jupiter zijn nimfje wel laten staan. Jupiter wil hoe dan ook Caliso een goddelijke status geven. Helaas kan hij haar haar vroegere vorm niet teruggeven, maar als haar leven op aarde als beer ten einde is, zal hij haar een plaats geven aan de sterrenhemel.

Intussen heeft de echte Diana Endymione gered uit de handen van Pan en Silvanus, die daardoor toch wel wat bedenkingen hebben over haar "kuise' omgang met mannen. Diana beslist Endymion als lief te houden rustend in de bergen in een eeuwige slaap.

Om Calisto een idee te geven van haar toekomst toont Jupiter het firmament in al zijn schoonheid waar haar plaats in het sterrenbeeld van de grote beer veilig is. Jupiter en Calisto nemen afscheid van elkaar. Hij keert terug naar Juno en Calisto gaat als beer naar de aarde.

De uitgezonden versie is een productie van de de koninklijke Muntschouwburg te Brussel van 1993. 

De voornaamste rollen werden vertolkt door:
Calisto Maria Bayo sopraan
Giove Marcello Lippi bariton
Mercurio Simon Keenlyside bariton
Endimione Graham Pushee contratenor
Diana Alessandra Mantovani sopraan

Concerto Vocale o.l.v. René Jacobs

Programmasamensteller

Vera Caremans